- Published on
Ik kon ze aan de juiste hulpmiddelen helpen, dat was fijn. Ik zag ook méér, maar kon daar slechts een beperkte rol bij spelen.
Die organisatie zette mij in bij meerdere gemeenten, maar ook bij zorgverzekeraars en voor speciale regelingen.
Ik was daar ook secretaris van de Ondernemingsraad, dacht graag mee over de organisatie.
Na een reorganisatie ben ik voor detacheringsbureaus gaan werken,
die mij als intern medewerker verhuurden aan gemeenten.
Ik vergelijk de Wmo altijd maar met een kapstok; de overheid heeft bepaald dat elke gemeente een kapstok moet maken. Maar hoe die eruit ziet, en waar de haakjes hangen, is overal verschillend.
Dat plaatselijke maatwerk, zoals dat zo mooi heet, heeft ook zeker wel zijn voordelen. Maar het zat mijn gevoel voor rechtvaardigheid wel eens in de weg.
Want wat in de ene gemeente als vanzelfsprekend wordt verstrekt, is in de andere gemeente uit den boze.
Niet alle gemeentes volgen zelfs de landelijke regels, die aan die kapstok zijn verbonden.
Ik heb jarenlang mogen werken in een team
met allerhande beroepen en organisaties.
We werkten echt samen,
kregen daarvoor ook echt de ruimte.
We hielpen de mensen en gezinnen, zonder stapels formulieren, ingewikkelde procedures,
maar door nauw samen te werken.
Zo konden we vanuit verschillende hoeken tegelijk,
passende ondersteuning inzetten.
Als er geen nieuwe aanbesteding
en reorganisatie zouden zijn geweest,
was ik met dat team samen oud geworden.
Dan zag dat kleine stukje wereld
er nu echt veel beter uit.
Ik vond dat nergens anders meer.
Ik kwam in de managementlaag van gemeentes terecht.
Mijn gevoel van rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid zaten me daarbij flink in de weg. Het lukte me niet, om de wereld te verbeteren.
Ik wilde uiteindelijk van de beslisbevoegdheid af.
Ik wil niet meer oordelen, aanvragen afwijzen, soms op gronden waar ik zelf niet achter sta. Niet medeverantwoordelijk zijn voor andere opvattingen.
En vergaderen vind ik niet leuk.
Ik wil kijken naar concrete mogelijkheden, mensen daadwerkelijk helpen.
Ik werd daarom onafhankelijk cliëntondersteuner voor mensen met een Wlz-indicatie.
Ik kon me daar alleen bezig houden met de dingen
die direct met de cliënt èn de Wlz te maken hadden.
Terwijl ik ook veel andere mogelijkheden in de zorgsituaties zag, om de zorg te verlichten.
Ook de ouders, de andere gezinsleden, de mantelzorgers zag.
En mogelijkheden buiten de Wlz, die het zorgen lichter kunnen maken.
Ik zag ook hoe de Wlz en het zorgprofiel ook echt niet voor iedereen passend is.
Dat werk gaf mij niet de voldoening, waar ik op hoopte.
Ik heb nu de keuze gemaakt
om mij niet meer te laten opsluiten in 1 wet.
Ik heb nog maar 1 belang voor ogen en
dat is die van de zorgsituatie.
Hoe kan die makkelijker, lichter, leuker,
voor alle betrokkenen.
Wat is daar voor nodig en waar haal je dat?
Is dat een Pgb of is Zorg in natura toch beter?
En hoe bepaal je dat?
Waar moet je dan allemaal aan denken?
Waar is iemand het beste mee geholpen?
Welke partijen kunnen er dan het
beste worden ingezet?
Zijn hulpmiddelen handig en worden die vergoed?
Ik kijk vanuit mijn brede blik op de wereld,
die van samenwerking
en van plezier, de leuke dingen.
Niet in het belang van een instantie,
niet uit een ontmoedigingsbeleid,
maar volkomen eerlijk en neutraal,
kijk ik naar jullie zorgsituatie.
Om jullie te adviseren en de weg te wijzen.
Omdat mij dat de meeste werkvreugde geeft.
Mag ik dat voor je komen doen?
Ik help jullie graag!
Ga dan even naar mijn
Wil je delen of reageren? Bezoek de reactie pagina of gebruik: