Ik blog, meer privé,
ook op MantelzorgNL 
Afbeelding
Published on
Ik ben opgegroeid in een gezin vol spanningen, waarin ik vanaf mijn 12e een jonge mantelzorger werd. Zonder dat te weten. Die situatie ontstond gewoon en ik had geen keuze. Achteraf gezien, zou ik makkelijker opgegroeid zijn, als er aandacht voor mij was geweest, op school, bij de behandelaars van mijn moeder, mijn eigen omgeving. Dat verklaart waarschijnlijk mijn zwak voor jonge mantelzorgers.
Ik rolde na de Hbo-Verpleegkunde, 32 jaar geleden, eigenlijk “toevallig” de wereld van de hulpmiddelen in. Van de verkoop van scootmobielen, tot het adviseren van alle mogelijke hulpmiddelen bij de leveranciers. Ik was daar vaak ook specialist kinderhulpmiddelen. Ik heb daardoor toen al veel zorggezinnen ontmoet.
Ik kon ze aan de juiste hulpmiddelen helpen, dat was fijn. Ik zag ook méér, maar kon daar slechts een beperkte rol bij spelen. 
Afbeelding
​Ik werd gevraagd om extern Wmo-adviseur te worden voor gemeenten en heb lang voor die organisatie gewerkt.
​Die organisatie zette mij in bij meerdere gemeenten, maar ook bij zorgverzekeraars en voor speciale regelingen.
Ik was daar ook secretaris van de Ondernemingsraad, dacht graag mee over de organisatie. 
Na een reorganisatie ben ik voor detacheringsbureaus gaan werken,
​die mij als intern medewerker verhuurden aan gemeenten.

Afbeelding
Ik werd vaak ingezet als specialist in kinderhulpmiddelen, voor grote woningaanpassingen, ​hield Wmo-spreekuren in revalidatiecentra en werd vaak bij mensen met ALS betrokken.

Ik vergelijk de Wmo altijd maar met een kapstok; de overheid heeft bepaald dat elke gemeente een kapstok moet maken. Maar hoe die eruit ziet, en waar de haakjes hangen, is overal verschillend.

Dat plaatselijke maatwerk, zoals dat zo mooi heet, heeft ook zeker wel zijn voordelen. Maar het zat mijn gevoel voor rechtvaardigheid wel eens in de weg.

Want wat in de ene gemeente als vanzelfsprekend wordt verstrekt, is in de andere gemeente uit den boze. ​

​Niet alle gemeentes volgen zelfs de landelijke regels, die aan die kapstok zijn verbonden.


Ik heb jarenlang mogen werken in een team

met allerhande beroepen en organisaties.


​We werkten echt samen,

kregen daarvoor ook echt de ruimte.


We hielpen de mensen en gezinnen, zonder stapels formulieren, ingewikkelde procedures,

​maar door nauw samen te werken.


Zo konden we vanuit verschillende hoeken tegelijk,

​passende ondersteuning inzetten.




​Als er geen nieuwe aanbesteding  

en reorganisatie zouden zijn geweest,

was ik met dat team samen oud geworden.


Dan zag dat kleine stukje wereld

er nu echt veel beter uit.  


​Ik vond dat nergens anders meer.



Afbeelding
Het leek een logische stap om het dan maar hogerop te gaan zoeken.
Ik kwam in de managementlaag van gemeentes terecht.

Mijn gevoel van rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid zaten me daarbij flink in de weg. Het lukte me niet, om de wereld te verbeteren.
Ik wilde uiteindelijk van de beslisbevoegdheid af.
​Ik wil niet meer oordelen, aanvragen afwijzen, soms op gronden waar ik zelf niet achter sta. Niet medeverantwoordelijk zijn voor andere opvattingen.

En vergaderen vind ik niet leuk.
Ik wil kijken naar concrete mogelijkheden, mensen daadwerkelijk helpen.

Ik werd daarom onafhankelijk cliëntondersteuner voor mensen met een Wlz-indicatie.
Helaas merkte ik, dat ik daar ook tegen de kaders van wetten aanliep.

Ik kon me daar alleen bezig houden met de dingen
die direct met de cliënt èn de Wlz te maken hadden. 

Terwijl ik ook veel andere mogelijkheden in de zorgsituaties zag, om de zorg te verlichten.
Ook de ouders, 
de andere gezinsleden, de mantelzorgers zag.
​En mogelijkheden buiten de Wlz, die het zorgen lichter kunnen maken.

Ik zag ook hoe de Wlz en het zorgprofiel ook echt niet voor iedereen passend is.
​Dat werk gaf mij niet de voldoening, waar ik op hoopte. 



​Ik heb nu de keuze gemaakt

om mij niet meer te laten opsluiten in 1 wet.


Ik heb nog maar 1 belang voor ogen en

dat is die van de zorgsituatie.


Hoe kan die makkelijker, lichter, leuker,

voor alle betrokkenen.


Wat is daar voor nodig en waar haal je dat?


Is dat een Pgb of is Zorg in natura toch beter?

En hoe bepaal je dat? 

Waar moet je dan allemaal aan denken?


Waar is iemand het beste mee geholpen?


Welke partijen kunnen er dan het

beste worden ingezet?


​Zijn hulpmiddelen handig en worden die vergoed?  


Ik kijk vanuit mijn brede blik op de wereld,

die van samenwerking

en van plezier, de leuke dingen. 


Niet in het belang van een instantie,

niet uit een ontmoedigingsbeleid,

maar volkomen eerlijk en neutraal,

​kijk ik naar jullie zorgsituatie.

Om jullie te adviseren en de weg te wijzen.



Afbeelding


Omdat mij dat de meeste werkvreugde geeft.


Mag ik dat voor je komen doen?

​Ik help jullie graag!


​​Ga dan even naar mijn 

Contactformulier


Wil je delen of reageren? Bezoek de reactie pagina of gebruik:

Published on
In de Positieve Gezondheid methode, wordt er gevraagd om te scoren op wat voor jou belangrijk is.
"Gezondheid is méér dan niet ziek zijn."

Er zijn vragenlijsten ontwikkeld, waarmee je kunt scoren.
Wil je het invullen? Klik op de afbeelding hiernaast.

Er zijn coaches die er veel mee werken, veel huisartsen, vaak in een hele regio.
Afbeelding
Voor mij is de achterliggende gedachte het belangrijkst.
Wat is voor jou belangrijk, waar krijg jij nou energie van? Waar zit jouw veerkracht?
Welke activiteiten zorgen ervoor dat jij blij wordt?

Ook zorgen voor een ander, geeft voldoening.
En misschien is dat genoeg voor je, om blij te zijn.
Toch hoor ik vaak van mensen, na een intensieve periode van zorg,
dat men eindelijk weer kan genieten van dingen die niet meer konden.
Dat ze daardoor weer een beetje opladen.
Maar het kan ook juist belangrijk zijn, om in een intensieve periode, die dingen te blijven doen, waar je energie van krijgt.
Om steeds tussendoor even op te laden.
Dan blijf je beter in balans, is die periode minder intensief en hou je het langer vol.
En dat is belangrijk voor jou zelf,  maar ook voor de persoon waar je voor zorgt!


Kijk weer even naar wat de relatie tussen jullie óók is, behalve die van zorger en verzorgde. Hoe kun je samen de dingen blijven doen, die daarbij horen? Hoe hou je ook jezelf in die rol? De rol van partner, kind of ouder, vriend, vriendin, buur?

Dat kan ook samen met de persoon voor wie je zorgt. Speel samen een aangepast spel of muziek, 
Lees voor, ga samen even naar buiten. Of doe juist weer eens allebei iets anders, omdat iemand anders even de zorg van je overneemt.

​Wat wil je kunnen doen?
Wat is daarvoor nodig? 
Wat heeft de ander nodig, waardoor jij daar de ruimte voor hebt?
Hoe regel je die ander, die de zorg even overneemt?

Ik zoek graag mee, naar die mogelijkheden.

Natuurlijk kan dat overbelasting voorkomen, zoals dat erg in het nieuws is. Er zijn trainingen, coaches, die jou in je kracht kunnen zetten. Je leren, om je grenzen te bewaken, nee te zeggen.
En als dat nodig is, dan heb ik de mensen in mijn netwerk, die je daarbij kunnen helpen.
Afbeelding
Afbeelding
Maar ik ben zelf van het praktische, van de regeldingen, van het wijzen op concrete mogelijkheden.

Doordat ik heel veel zorgsituaties heb gezien, herken ik die al snel.


Ik heb een grote verzameling, veel informatie over de mogelijkheden.

Contact met organisaties die je kunnen helpen.

​En ik vind het gewoon erg leuk, om met die positieve blik mee te puzzelen en je op die mogelijkheden te wijzen.

Wil je delen of reageren? Bezoek de reactie pagina of gebruik:

Published on
Als iemand zorg nodig heeft, dan is er, gelukkig, vaak een netwerk.
De ouders bij een kindje, de kinderen bij een oudere. Soms de buren, een verder familielid.
Soms groeit zo'n netwerk uit tot een groep mensen, die nauw met de zorgontvanger én elkaar verbonden is. 

Het netwerk geeft elkaar steun, wisselt elkaar af, iedereen heeft zijn eigen inbreng. 
Zo wordt dat netwerk een stabiele factor in het leven van alle betrokkenen.
Je kunt dat een zorgzame samenleving noemen, gebruikelijke zorg, mantelzorg, een (voor-)zorgcirkel, zingeving.
Er worden percentages over rondgestrooid, studies naar gedaan.

​Maar in zo'n netwerk zijn ze daar vaak helemaal niet mee bezig. 
Afbeelding
Totdat er iets in de situatie verandert.
Als er andere, meer of minder zorg nodig is. Of als er veranderingen in het netwerk zelf zijn.
Dan wordt de balans in dat netwerk
verstoort.
Dan is het even zoeken naar een nieuwe balans, soms met nieuwe deelnemers erbij.


Zoeken bij een gemeente, die eerst de zelfredzaamheid, het sociaal netwerk, de "eigen kracht" beoordeelt,

voordat er een voorziening wordt verstrekt. 
Dan krijgt dat spontane netwerk, opeens een soort officiële rol.
Terwijl de Wlz juist uitgaat van een naakte mens in een kale kamer.

Waar bij de beoordeling, het netwerk eigenlijk wordt genegeerd.
​Tot de Wlz-zorg thuis start en het budget tóch vraagt om ondersteuning vanuit het netwerk.

Dan wordt er letterlijk op het netwerk gerekend.
Afbeelding
Die nieuwe deelnemers zijn soms professionele hulpverleners.
Dan gebeurt er vaak opeens iets bijzonders, het netwerk krijgt een andere plek, een andere rol. 
Die hulpverleners gaan soms "het netwerk bij de zorg betrekken".
Of door personeelstekorten, aan naasten vragen om als vrijwilliger te helpen.
Of de zorg weer aan de ouder teruggeven, omdat hun aanpak niet werkt.

Terwijl dat netwerk er eerder was, dan die professionele hulpverleners.
De hulpverlener zou juist moeten aansluiten bij het bestaande netwerk.
Met hen en elkaar afstemmen, hoe taken verdeeld gaan worden.
Zoveel mogelijk van het netwerk behouden, er zelf onderdeel van worden.

Dat netwerk, dat vertrouwd is voor en door de zorgontvanger, 
die de zorgontvanger goed kent, de gebruiksaanwijzing weet.
Die elkaar kunnen vinden, als het nodig is.
Zo waardevol. Laat het netwerk ook in hun waarde.
En neem ze mee, als de zorg start, wordt er zelf onderdeel van.
Er gebeurt vaak nog veel meer, op zo'n moment.
Als er een organisatie, indicatie, situatie verandert, moet er vaak ook van alles worden geregeld.
Direct samenhangend met de zorg, met formulieren bijvoorbeeld.
Ingewikkelde gesprekken, met vakjargon.
Consequenties waarvoor niemand waarschuwde.
En ook indirect; de onderlinge verhoudingen veranderen, de manier van communiceren. 
De Cirkel van invloed van iedereen verandert.

Er ontstaan nieuwe vragen, onzekerheden en soms daardoor ook weerstand in het netwerk. Soms weerstand naar de nieuwelingen.
Waardoor de samenwerking in èn met het netwerk beschadigd raakt, stroef verloopt. Die nieuwe balans slecht in evenwicht komt.
De Cirkel van betrokkenheid wordt aangetast.

Dat is zonde en vaak erg moeilijk te herstellen!
Afbeelding
Ik richt mij juist op die situaties. Ik kan veel van die vragen beantwoorden, waarschuwen voor gevolgen.
Ik richt mij daarbij vooral op de leden binnen dat bestaande netwerk.
​In het belang van die mensen en daarmee in het belang van de zorgontvanger.
En daarmee ook in het belang van die professionele hulpverlening.
In het belang van die belangrijke samenwerking!
In de zorg wordt dat ook wel Driehoekskunde genoemd.
Ik zoek samen met bijvoorbeeld DenA Zorgtalent naar de mogelijkheden om dit domeinoverstijgend aan te bieden.

Rond het moment van die veranderingen. Op de plekken waar die veranderingen ontstaan.
Een lastige missie.

Want, juist bij die veranderingen, ontstaan er opeens nieuwe financieringsstromen of wordt er juist financiering gestopt. Dat heeft ook invloed op de mogelijkheden om mijn diensten vergoed te krijgen. 

Terwijl ik juist "rondom" die veranderingen zo van waarde ben.

Help je me om de manier vinden, om er juist op die momenten te zijn?

Zie voor de mogelijkheden mijn pagina Tarief en vergoedingen

Afbeelding

Wil je delen of reageren? Bezoek de reactie pagina of gebruik: